Formosa, de eerste kolonie van Japan / De Aarde en haar Volken, 1909

Formosa, de eerste kolonie van Japan / De Aarde en haar Volken, 1909

Author:
Réginald Kann
Author:
Réginald Kann
Format:
epub
language:
Dutch

%title插图%num
Author: Kann, Réginald, 1876-1925
Taiwan — Description and travel
Formosa, de eerste kolonie van Japan
De Aarde en haar Volken, 1909

Formosa, de eerste kolonie van Japan.

Naar het Fransch van Reginald Kann.

Japansche ruiters in een straat der hoofdstad, Taïhokoe.

I.—Aankomst op Formosa.—Taïhokoe, de zetel der regeering.—Chineesche en Japansche wijken.—De beide takken van den spoorweg en de Décauvillelijn.—Gevolgen der aardbeving.—De agenten van politie en hun administratieve werkzaamheid.—Voorloopige hospitalen.—Uitstapje naar Kagi.—De vroegere Samoeraï als politiebeambten.—Bezoek aan de koppensnellers.—Maatregelen, door de Japanners genomen om oude, barbaarsche gewoonten tegen te gaan.—Betrekkingen tusschen de Atayals en de Japanners.—De thee.—De oorlogshaven Keloeng.

De reizigers, die van Europa naar Formosa gaan, verlaten te Hongkong de groote lijn van Yokohama, om zich in te schepen op een der kleine nipponsche stoombooten, die den dienst van Tamsoeï waarnemen. Vóór de verovering van het eiland door de Japanners in 1895, was alle handel in handen van engelsche maatschappijen, maar langzamerhand is men er, dank zij de subsidies van de regeering, in geslaagd, de britsche vlag bijna geheel te doen verdwijnen uit de havens van Formosa. De Daijin Maroe, waar ik passage op neem, is een uitstekend schip, dat flink zee bouwt en zeer geriefelijk is ingericht. Nadat we de chineesche kust een eind hebben gevolgd met oponthoud van korten duur te Swatow en te Amoy, steken we de straat over met het altijd onstuimige water, en zijn na drie dagen reizens tegenover de haven Tamsoeï. Hier moeten we ankeren in afwachting van het oogenblik, dat de vloed ons zal vergunnen, een bank over te komen, waar bij hoog water nog maar 13 voet water staat.
Na verscheiden uren van een vervelend wachten, gedurende welken tijd de moesson ons geducht doet schommelen, kunnen we eindelijk de rivier van Tamsoeï binnenkomen; de paketboot legt aan bij een houten brug, die bij wijze van pier tegen den oever is aan gelegd. Van Tamsoeï naar de hoofdstad van het eiland, Taïhokoe, het oude Taïpeï der Chineezen, heeft men slechts een afstand van twintig kilometer af te leggen, die de spoortrein in een klein uur overwint. Ingevolge de raadgevingen van een japanschen medereiziger was ik besloten, mij halverwege op te houden in het winterstation Hokoeto met rijke zwavelbronnen, waar de regeering een militair hospitaal heeft laten inrichten en openbare baden, en waar ik, naar mij verzekerd werd, het eenige europeesche hotel op Formosa zou aantreffen.
Het zoogenaamde hotel bleek een enkele kamer te wezen, voorzien van een bed als eenig meubel; de eigenaar was een vuile en altijd dronken Chinees. Ik verliet reeds den volgenden dag die weinig aanlokkelijke plaats, om te Taïhokoe een minder pretentieuse japansche herberg te vinden, die heel goed was en waar ik mijn hoofdverblijf vestigde gedurende de twee maanden, die ik op het eiland zou slijten. De eigenaar stond mij toe, dat ik een stoel en een tafel plaatste in mijn kamer, doch op voorwaarde, dat ik de pooten omwikkelde met dikke lappen stof, om de tatami niet te beschadigen, de dikke, gevlochten matten, waarmee de vloeren in alle japansche huizen zijn bedekt.
Taïhokoe is de zetel der regeering; daar zijn alle takken van dienst gevestigd; daar zetelt ook de gouverneur-generaal, die de kolonie in den naam des keizers bestuurt. Hij geniet volkomen onafhankelijkheid trots enkele wetgevende bepalingen, die enkel in theorie de macht beperken, welke hem is toegekend. De constitutie, geldend op Formosa, gelijkt vrij veel op die van de Soenda-eilanden, waarnaar ze zonder groote wijzigingen is gevolgd. De hoofdkenmerken zijn de almacht van den gouverneur, de sterke centralisatie van de verschillende administratieve takken en het volkomen ontbreken van alle vertegenwoordiging en van alle aandeel aan het bestuur van de zijde der inboorlingen; de ambtenaren, zelfs die van de gemeenten, worden zonder uitzondering door de Japanners benoemd.
De oorzaken, die de regeering ertoe hebben gebracht, blijk te geven van zulk een absolutisme, zijn tweeledig: vooreerst de vijandigheid der chineesche bevolking, die weigerde den afstand van het eiland aan Japan te erkennen, in opstand kwam tegen haar nieuwe meesters en eerst in 1902 ten onder werd gebracht na zeven jaren van strijd, en ten tweede de strategische belangrijkheid van Formosa, waar Japan vooral een militaire basis in ziet meer dan een terrein van exploitatie of een afzetgebied voor zijn bewoners als kolonisten. Om die laatste reden kan volgens de grondwet de gouverneur-generaal nooit een burgerlijk ambtenaar wezen en moet hij worden gekozen uit de officieren van hoogen rang in de legers te land of ter zee.
Wat den reiziger treft dadelijk bij zijn aankomst te Taïhokoe, is de volkomen afscheiding, die er bestaat tusschen de chineesche inboorlingen en de Japanners. De laatsten bewonen het midden der stad of het eigenlijke Taïhokoe, waaruit ze de bewoners teruggedreven hebben naar de volkrijke voorsteden Banka en Daïtotei. Geen grooter onderscheid is denkbaar dan tusschen die buurten, die toch zoo dicht bij elkaar liggen. Het deel der stad, waar de Japanners wonen, is de juiste weergave van een stuk van Tokio. De gemacadamiseerde, goed onderhouden straten zijn omzoomd door telegraafpalen en lage houten huizen, door grijze pannen gedekt. Als men door de oude poort gaat, die thans met steenen is gerestaureerd, bevindt men zich onmiddellijk op chineesch terrein, tusschen smalle, vuile straatjes en een dooreen woelende, vuile en in lompen gehulde menschenmassa.
Het resultaat is echter niet verkregen met goedvinden der bevolking, en om Taïhokoe te veranderen in een japansche stad, hebben de autoriteiten hun toevlucht moeten nemen tot willekeurige maatregelen, door onder voorwendsel van zorg voor de hygiëne chineesche winkels te onteigenen, zonder dat hun eenige schadeloosstelling werd toegekend. Deze ongeneerdheid ten aanzien van den inboorling treft men trouwens overal op het eiland aan en ten opzichte van de meest verschillende dingen.
Mijn eerste wensch was, dadelijk eenige dagen te Taïhokoe te blijven, ten einde de politieke en administratieve inrichting te bestudeeren, daarna de belangwekkendste provincies te bezoeken en vooral enkele streken van het westelijke gedeelte, dat nog weinig geëxploreerd is en waar alleen inboorlingen wonen van maleisch ras en met nog volkomen primitieve zeden. Maar op het oogenblik, dat ik op Formosa aankwam, had juist een vreeselijke aardbeving, die aan honderden personen het leven had gekost, het district Kagi verwoest in het Zuiden van het eiland, en ik besloot, mij daar zonder verwijl heen te begeven.
Kagi wordt doorsneden door de hoofdlijn van den spoorweg, die het grootste deel van Formosa in de lengte doorsnijdt, van Keloeng in het uiterste Noorden uitgaande, om te Takoe aan te komen, de zuidelijke haven van het eiland. Meer spoorwegen zijn er niet, buiten dan het lijntje, dat Tamsoeï met de hoofdstad verbindt. De aanleg van spoorwegen op Formosa dateert al van vóór de japansche inbezitneming; hij is in de eerste plaats te danken aan den chineeschen gouverneur Liu-Ming-Tsjoean, die de troepen van China aanvoerde ten tijde van de expeditie van admiraal Courbet. De chineesche autoriteiten hadden in 1895 de lijn Keloeng-Taïhokoe voltooid en waren ook al begonnen met de voortzetting naar het Zuiden; maar de weg was zeer slecht aangelegd en er werd onverschillig en slordig gewerkt, zoodat de Japanners, toen ze zich van Formosa meester maakten, genoodzaakt waren, tot een geheele vernieuwing over te gaan.
Om het werk, dat de vroegere regeering was begonnen, voort te zetten, besloot de nieuwe het spoorwegwezen te ontwikkelen naar de beginselen, die men had toegepast bij den aanleg der verschillende lijnen in Japan, namelijk door bouw en exploitatie toe te vertrouwen aan een particuliere maatschappij. Er werd in Japan met dit doel een maatschappij opgericht; maar de datum van oprichting viel samen met de eerste poging van japansche immigratie in de nieuwe kolonie, die totaal mislukte ten gevolge van de ongezondheid van het klimaat en de schrikwekkende sterfte onder de nieuw aangekomenen, die er het gevolg van was. Op dat tijdstip scheen de toestand der kolonie hachelijk, en de maatschappij kon de noodige fondsen niet bijeen krijgen.
Inziende, dat het in het leven roepen van een spoorweg het zekerste en snelst werkend middel zou zijn om den opstand te onderdrukken en de bevolking tot rust te brengen, en dat de exploitatie in het vervolg een machtige hefboom zou worden voor de economische ontwikkeling der streek, besloot de insulaire regeering de kosten van den aanleg voor haar rekening te nemen. Ze vroeg en verkreeg de machtiging, om een leening aan te gaan van 30 millioen jen, dat is ongeveer 37 millioen gulden, en ging met spoed over tot de uitvoering van het plan, dat ontworpen was door den hoofdingenieur Hasegawa. Men begon aan de groote lijn op twee punten, het Noorden en het Zuiden. Reeds in 1900 kon de lijn Takoe-Taïnan in het Zuiden worden geopend; het volgend jaar werd de tak Tamsoeï-Taïhokoe eveneens voor het verkeer opengesteld. De werkzaamheden werden zonder stoornis voortgezet tot 1904, op welken tijd ze moesten worden gestaakt vanwege de uitgaven, die de oorlog tegen Rusland noodig maakte. De weg was toen voltooid, met uitzondering van een stuk van 40 kilometer tusschen de stations Sanchako en Koroton in het midden; die beide plaatsen zijn nu verbonden door een Décauvillespoor.
De spoorweg op Formosa is gelijk aan die in Japan; dezelfde spoorwijdte, dezelfde locomotieven, dezelfde waggons en ook dezelfde wanhopigmakende langzaamheid. Om de weinige honderden kilometers af te leggen, die Taïhokoe van Sanchako scheiden, was er meer dan een dag noodig, wat mij noodzaakte, den nacht door te brengen in de slechte herberg van het stadje Bioritsoe. Den volgenden dag kwam onze trein vroeg aan het eindpunt van de normale lijn, waar het overstappen in de Décauville terstond volgde. Reizigers en goederen worden geplaatst op onderstellen op wielen, voorzien van een primitieve rem, en ieder geschoven door twee inlandsche koelies. Op een drafje loopen die mannen schuivend achter de trolley, duwen eenige meters en springen dan op het toestel, waar ze blijven tot het vanzelf stilstaat, waarna ze de bewerking van voren af aan beginnen.
Langs de hellingen wordt die trolley, zooals men de kleine wagentjes noemt, door haar eigen zwaarte gesleept, dikwijls met verbazende snelheid, die aan de reizigers hetzelfde gevoel geeft als het zitten in de russische schommels van onze kermissen; het is een prettige gewaarwording ondanks het wezenlijke gevaar, waaraan men is blootgesteld en dat ook aan den dag komt in talrijke ontsporingen, dikwijls vergezeld door ongelukken van gebroken ledematen en zelfs van sterfgevallen. Bij het stijgen daarentegen is de tocht bezwaarlijk, te meer daar men herhaaldelijk moet uitstappen en te voet de helling moet bestijgen. Op de platte open wagens zitten de reizigers van de gewone soort op eenvoudige, omgekeerde houtenkisten en gaan er twee aan twee rug aan rug zitten. Voor de reizigers van eenigen rang zijn trolley’s bestemd met rieten leunstoelen, die door een afdakje voor de zon zijn beschut. De koelies, die deze primitieve en zware vervoermiddelen op gang moeten brengen, toonen een buitengewone behendigheid, vooral bij het passeeren van een houten viaduct van verscheiden kilometers, die men al dadelijk bij het begin der reis aantreft en die bestaat uit dwarsbalken, die meer dan 50 centimeter van elkander verwijderd zijn; een enkele misstap zou den koelie in de rivier doen storten, en toch vertraagt hij zijn gang in het geheel niet. Het is geen zeldzaamheid, dat jonge inlandsche meisjes de trolley’s schuiven met dezelfde kracht en behendigheid als de mannen.

Spoorwegstation van Taïhokoe.

Na twee uren van een reis per schuifwagentje met een snelheid, die in het geheel niet onderdoet voor die van den trein, moest er weer worden overgestapt in de spoorwaggons, die ons nog denzelfden dag naar Kagi brachten. Zooals in alle steden van Formosa, wonen de Japanners er in een afzonderlijke wijk, waar ook het hotel te vinden is. Ik had het geluk, daar professor Takagi weer te zien, den directeur van den gezondheidsdienst der kolonie, met wien ik te Taïhokoe had kennis gemaakt. Die ambtenaar, die lang in Duitschland heeft gestudeerd en met een europeesche vrouw is getrouwd, kwam te Kagi een onderzoek instellen naar de werking der ondersteuning en naar de wijze, waarop de plaatselijke gezaghebbers de hospitalen hadden ingericht, waar de slachtoffers der aardbeving waren ondergebracht. Professor Takagi maakte voor mij het bezoek van die inrichtingen gemakkelijk. Daar de meeste der regeeringsgebouwen verwoest waren geworden of dreigden in te storten, had men allerlei soort toevluchten moeten oprichten. De militaire magazijnen leverden eenige groote tenten; maar de meeste infirmerieën bestonden uit een soort van loodsen van bamboes, met rijststroo bedekt. Ze waren precies van het model van de veldambulances, die ik twee jaar geleden in Mandsjoerije had gezien in het leger van generaal Okoe.
De materiëele inrichting van die hospitalen en de manier, waarop de zieken werden verzorgd, schenen mij uitstekend. Er was overvloed van plaats en een meer dan voldoende ventilatie. De verpleging geschiedde door hospitaalzusters en broeders van het Roode Kruis, zoowel japansche als inlandsche. Die vereeniging, ofschoon nog pas onlangs op Formosa gesticht, telt er reeds 23000 leden, die even goed de zaken behartigen als elders. Japansche chirurgen zijn naar Kagi gezonden uit alle andere provinciën van het eiland, en met hen werken veel leerlingen van de medische school voor inlanders te Taïhokoe, vier jaar geleden gesticht door professor Takagi en onder zijn beheer staande. Hij was er zeer nieuwsgierig naar, hoe zijn leerlingen den vuurdoop hadden doorstaan, en hij kon met voldoening constateeren, dat de jeugdige Chineezen met succes veel moeilijke operaties hadden verricht en dat er zelfs amputaties bij waren geweest.
De japansche wijk, waar de hospitalen zijn, had betrekkelijk weinig geleden door de ramp. Dat komt, doordien de huizen er alle van hout zijn opgetrokken, terwijl de pannendaken nog al licht zijn en het geheele gebouw zóó is gebouwd, dat het een vrij sterke schudding om de centrale as kan verdragen. Ik heb mij daarvan dienzelfden dag kunnen overtuigen, toen er des avonds een hevige schok werd gevoeld, die de gasten van het hotel in den tuin deed vluchten, maar in het geheel geen schade aanrichtte.
De chineesche stad is niet meer dan een hoop ruïnen; alleen zeer enkele huizen hebben weerstand geboden, en de bewoners daarvan hebben den moed nog niet gehad, erin terug te keeren. De geheele bevolking bivouakkeert in de open lucht of heeft een schuilplaats gezocht in haastig opgerichte loodsen, die op de hospitalen gelijken. De inboorlingen gaan intusschen maar voort met hun zaken, en het is een zonderling schouwspel, al die winkeliers te zien, die in lange rijen midden op de straat of op het land buiten de muren der stad hun waren uitstallen.
Het totale aantal slachtoffers stijgt alleen in het district Kagi tot meer dan 2000. Zooals altijd in chineesche landen zijn vooral vrouwen onder de dooden; haar gebrekkig ontwikkelde voeten hebben haar belet, zich gauw genoeg uit de huizen te verwijderen. Ofschoon de stad Kagi zelf veel geleden heeft, zijn de schokken er veel minder hevig geweest dan in eenige dorpen uit de omstreken, waarvan verscheiden als weggevaagd zijn. Dichtbij een plaats, gelegen halfweg tusschen de stad en de zee, moeten in het bijzonder allermerkwaardigste natuurverschijnselen zich hebben vertoond, en men raadt mij aan, erheen te gaan. De prefect heeft te mijnen behoeve voor den volgenden dag een draagstoel met vier dragers besproken, het eenige beschikbare vervoermiddel en dat trouwens het meest op Formosa wordt gebruikt, waar rijdieren schaarsch zijn en waar men den meesten tijd geen wagens kan bezigen, want er zijn weinig wegen, en de inwoners loopen gewoonlijk over de smalle dijken, die de rivieren insluiten.

Hoeven tusschen bamboeheggen.

Mijn draagstoel wachtte mij bij den ingang der stad. Het was een soort van vierkante doos, zeer laag van verdieping, en waarin men niet kon zitten en evenmin kon liggen; men moest een neerhurkende houding aannemen, wel eenigszins gelijkend op die van kardinaal de la Balue in zijn ijzeren kooi. Zoodra de tocht was begonnen, kwam er de schokkende beweging bij, die de koelies onder het loopen maakten, en zoo werd de marteling grooter, die ik niet lang kon verdragen. Ik besloot al gauw dat ongemakkelijk voertuig te verlaten en te voet de twintig kilometers af te leggen, die ons van onze bestemming scheidden. Ik was op dit uitstapje in gezelschap van een japanschen politiebeambte. Onze nog al eentonige weg liep door rijstvelden en suikerrietaanplantingen, de beide gewichtigste culturen uit het Zuiden van Formosa. In dit deel van het land, dat volkomen vlak is, woont een dichte bevolking, en we gingen door tal van dorpen, die meer of minder onder de aardbeving hadden geleden. Dichtbij de meeste van die plaatsjes verrijst naast de inlandsche hutten een beter gebouwd huis te midden van een kleinen tuin, die afgesloten is met prikkeldraad bovenop een hooge schutting; een diepe gracht geeft aan de woning geheel het aanzien van een miniatuurvesting. Die gebouwen dienen tot verblijf voor de agenten van politie, in grooten getale verspreid over dit gedeelte van Formosa, de chineesche provincies. Die beambten zijn met de inlandsche adjuncten en met de raden van notabelen de voornaamste tusschenpersonen tusschen regeering en volk. Ze genieten veel voorrechten en de meest uiteenloopende werkzaamheden zijn hun opgedragen. Ze houden de registers van den burgerlijken stand bij, zorgen voor orde en veiligheid, zien toe op het onderhoud van de gemeenschapswegen, door de menschen voor heerendiensten op te roepen, regelen den postdienst en innen belastingen. Men heeft hun zeer onlangs nog belangrijker dingen opgedragen, door ze te machtigen tot de berechting van alle gevallen van politie-overtredingen, waar boeten op staan lager dan 30 jen. Zoo’n agent neemt ook de taak van den vrederechter waar bij geschillen tusschen inboorlingen.
Zoo ziet men, dat de administratieve reglementen inderdaad aan de politiebeambten een bijna onbeperkte macht geven over de inwoners op de plaatsen, waar ze zijn gestationneerd. Ik heb tijdens mijn verblijf op Formosa kunnen waarnemen, dat hun gezag vaak wordt uitgeoefend met de grootste willekeur en ook wel met ruwe wreedheid. De japansche agenten zijn bijna allen gerecruteerd uit de klasse der oude militaire samoeraï, die zelfs in Japan zich altijd vol verachting heeft getoond voor de overige klassen, vooral voor de boeren. Dus is het natuurlijk, dat ze een nog grootere minachting aan den dag leggen voor chineesche inboorlingen. Buitendien was in den langdurigen strijd tegen de benden opstandelingen en roovers, die tot nu vier jaren geleden heeft voort geduurd, aan de politie de onderdrukking van den opstand opgedragen, en zij heeft in den loop van dien strijd zonder genade gewoonten aangenomen, die tegenwoordig nog hun invloed doen gevoelen. Het eenige gevoel, dat de bevolking voor haar heeft, is dan ook vrees zonder eenige sympathie. Er zijn wetten van draconische strengheid uitgevaardigd tegen diegenen, die de politie aanvallen, en men moest dat wel doen in streken waar de agenten afgelegen buiten waren gevestigd, om hun veiligheid te waarborgen. Wie een agent aanvalt, wordt ter dood veroordeeld, en medeplichtigheid wordt even zwaar gestraft als de misdaad.

Koppensnellers van den stam der Atayals.

Als de politieagenten van Formosa streng zijn voor de bevolking, ze zijn voor de vreemdelingen uiterst gastvrij; het was mij onmogelijk, een hunner posten voorbij te gaan, zonder te rusten, een sigaret te rooken en het traditioneele kopje groene thee te drinken. Dat herhaalde stilhouden vertraagde onzen tocht niet weinig, en we kwamen eerst midden op den dag in het dorp onzer bestemming. Ik zag, dat men ten zeerste de gevolgen der ramp had overdreven. De befaamde spleet, die moest zijn ontstaan en waar men mij te Taïhokoe reeds over had gesproken, bleek niet meer dan een geul van eenige centimeters diepte, die ik niet zou hebben opgemerkt, als men, om haar mij

Download This eBook
This book is available for free download!

评论

普人特福的博客cnzz&51la for wordpress,cnzz for wordpress,51la for wordpress
Formosa, de eerste kolonie van Japan / De Aarde en haar Volken, 1909
Free Download
Free Book